De serie 1200 van de Nederlandse Spoorwegen is een zware universele elektrische locomotief die geschikt is voor het trekken van zowel reizigers- als goederentreinen. Hoewel het ontwerp van de Amerikaanse firma's Baldwin en Westinghouse is, zijn de machines in 1952 en 1953 geheel in Nederland gebouwd, bij Werkspoor in Utrecht. De 25 robuuste locomotieven bleken in de praktijk bijzonder goed te bevallen en waren (en zijn) zeer geliefd bij het rijdend personeel én spoorweghobbyisten. Met een uitzonderlijk lange loopbaan van meer dan zestig jaar hebben ze alle andere locomotiefseries uit de jaren vijftig overleefd: begin 2015 zijn er nog acht aanwezig waarvan enkele exemplaren zelfs nog geregeld actief zijn op het Nederlandse Spoorwegnet.

Ontwikkeling

De serie 1200 is besteld in het kader van het herstel van het spoorwegmaterieel na de Tweede Wereldoorlog en het tegelijkertijd vervangen van de stoomtractie. Na de niet al te positieve ervaringen met de als framelocomotief gebouwde serie 1000, werd besloten de series 1100, 1200 en 1300 uit te voeren als draaistellocomotieven. De series 1100 en 1300, gebouwd door de Franse firma Alsthom, werden uitgerust met volledig afgeveerde motoren, terwijl de serie 1200 half afgeveerde motoren kreeg. Daarbij rust de motor middels een steunlager aan één zijde op de as die deze aandrijft. Aan het ontwerp voor de 3000 pk sterke, zesassige 1200 werden de volgende eisen gesteld ten aanzien van de prestaties:

  • de locomotief moet met een personentrein van 520 ton (dertien rijtuigen) op een vlakke baan kunnen rijden met 125 km/h, waarbij in geval van vertragingen ook 140 km/h moet kunnen worden gehaald. De maximumsnelheid dient 150 km/h te bedragen.
  • de locomotief moet een goederentrein van 1650 ton kunnen trekken met een snelheid van 60 km/h.

Het ontwerp is afkomstig van de Amerikaanse firma’s Baldwin en Westinghouse Electric Cooperation. Zo is de 1200 aan haar karakteristieke Amerikaanse uiterlijk gekomen; de hoge neus is afgeleid van Amerikaanse locomotieven. De serie had uit 75 locomotieven kunnen bestaan, ware het niet dat in plaats daarvan vijftig extra 1100'en in Frankrijk werden besteld als tegenorder voor binnenvaartschepen die Frankrijk in Nederland liet bouwen.

Op 2 oktober 1948 gaf NS opdracht voor de levering van vijfentwintig 1200'en aan hoofdaannemer Heemaf. Zij verzorgden samen met Westinghouse het elektrische deel, Werkspoor en Baldwin het mechanische deel. De draaistelframes zijn in Amerika door General Steel gegoten en kwamen per schip naar Nederland.

Techniek

De gelaste stalen bak heeft als basis twee U-profielen en twee I-profielen. De neuzen zijn verstevigd conform Amerikaanse normen. In het dak zijn drie luiken aangebracht en de machinekamer is in drie compartimenten verdeeld. In de buitenste compartimenten, bij de roosters, bevinden zich de ventilatoren. In het midden bevinden zich de hoogspanningsinstallatie en de rijweerstanden. De 1200 beschikt over twee compressoren, in elke neus één. De zesassige zwanenhalsdraaistellen (met spaakwielen) zijn van het type Pennsylvania en uit één stuk gegoten. Elke as heeft een eigen tractiemotor. De tractie-installatie van de serie 1200 kan op drie manieren worden geschakeld: één groep van zes motoren in serie, twee groepen van drie motoren (serie-parallel-schakeling) en drie groepen van twee motoren (parallel-schakeling). Elke motor krijgt in deze schakelingen respectievelijk 250, 500 of 750 volt aangeboden, bij een bovenleidingspanning van 1500 volt. Elk van deze schakelingen is opgedeeld in standen, zestien in serie, elf in serie-parallel en negen in parallel. De 1200 is niet uitgerust met een snelschakelaar maar met een smeltveiligheid die zich onder de locomotief bevindt, de zogenoemde "buikveiligheid".

Bedrijf bij NS

 
De 1201 tijdens de manifestatie 60 Jaar 1200, Amersfoort, 12 november 2011

Op 31 oktober 1951 werd de 1201 in het turqoise afgeleverd door Werkspoor Utrecht, waarna direct een uitgebreid programma van proefritten volgde, met steeds zwaardere treinen. De nieuwe locomotief bleek daarbij uitstekend te voldoen. Op 9 januari 1952 kwamen de 1201, 1202 en 1203 officieel in dienst. Een jaar later, op 19 januari 1953, kwam met de 1225 het laatste exemplaar van de serie in dienst.

Gedurende hun hele loopbaan bij NS is de werkplaats in Maastricht de thuishaven geweest voor de serie 1200. Al in 1952 waren ze door het hele land te zien. In eerste instantie bestond hun takenpakket uit D-treinen, maar al snel waren ze voor alle soorten treinen, met uitzondering van lokale diensten, te zien. De locomotieven hebben daarbij zelfs nog met houten rijtuigen en stoomverwarmingswagens gereden. Tot de komst van de serie 1600 is de verbinding tussen Haarlem/Amsterdam en Zuid-Limburg altijd een belangrijk onderdeel van hun werkterrein geweest.

Spoorslag '70 en de introductie van het InterCity-netwerk zorgde voor een toename van ruim 40% in het aantal kilometers dat de serie 1200 per jaar voor haar rekening nam. Ook de baanvaksnelheid werd verhoogd. De 1200 toonde zich echter een betrouwbare locomotief met goede rijeigenschappen bij hoge snelheden. Het voornaamste punt van zorg waren de tractiemotoren, zo bleek uit een onderzoek in 1974. De half afgeveerde motoren zorgden voor meer uitval dan bij de series 1100 en 1300, met volledig afgeveerde motoren. Om die reden werd de maximum toegelaten snelheid verlaagd tot 135 km/h en de afvering van de motoren enigszins aangepast.

Begin jaren tachtig kreeg de serie 1200 een renovatie en levensduurverlenging. De meest opvallende uiterlijke wijzigingen daarbij waren de gemoderniseerde frontseinen en zijwandroosters. De machines werden voor meer dan 500.000 Gulden per stuk gerenoveerd en gemoderniseerd. De renovatie omvatte onder andere de gedeeltelijke vervanging van bekabeling, luchtleidingen, plaatwerk en tandwielkasten, alsmede verbeterde geluidsisolatie als onderdeel van een heel pakket aan wijzigingen ter verbetering van de arbeidsomstandigheden voor machinisten en monteurs. Daarnaast werd onder andere een mogelijkheid tot depotvoeding aangebracht en om de bedrijfszekerheid te vergroten werd het storingsgevoelige 24 volt-net vervangen door een 48 volt-net. Alle nog blauwe locomotieven kregen bij deze gelegenheid de geel/grijze huisstijlkleuren. Op 20 mei 1978 werd de 1216 als proefloc binnengenomen, op 23 december 1983 verliet de 1217 als laatste gerenoveerde 1200 de Tilburgse hoofdwerkplaats.

De instroom van de serie 1600, vanaf 1981, bracht het einde van de series 1000 en 1500. Voor de serie 1200 betekende het dat zij grotendeels verdrongen werden van de treindiensten naar Zuid-Limburg en meer en meer verschenen op andere InterCity verbindingen zoals de IJssellijn, Den Haag - Venlo en Amsterdam - Enschede. Op de IJssellijn hebben zij begin jaren negentig met Belgische rijtuigen type M2 gereden.

Afgezien van enkele tijdelijke tekorten aan tractiemotoren bleken de 1200'en nog altijd betrouwbaar. Op 1 januari 1992 waren ze alle 25 nog in dienst en werd op 9 januari het veertigjarig bestaan van de 1201 in Tilburg gevierd, waarna de loc 'gewoon' in revisie ging.

De eerste loc die definitief buiten dienst ging was de 1223, die begin 1992 binnenkwam voor revisie, maar in plaats daarvan werd aangewezen als onderdelenleverancier voor onder andere tractiemotoren. Begin juli 1993 werd de 1223 als eerste loc van de serie gesloopt. Vanaf 1994 volgde een periode waarin buitendienststelling, conservering, herindienststelling en sloop elkaar afwisselden. Gaandeweg gingen steeds meer 1200'en terzijde, waarvan een aantal in Roosendaal werd gestald.

Met ingang van de zomerdienst van 1995 gingen de locomotieven over naar NS Cargo, in het kader van de 'boedelscheiding' toen het NS-concern werd opgesplitst. Dankzij defecten aan 1600'en waren ze echter nog steeds af en toe in de reizigersdienst te vinden.

In 1997 gingen tien terzijde staande 1200'en naar de sloper, HKS Metals in Amsterdam. Vanaf januari 1998 werden geen herstellingen meer uitgevoerd zodat begin maart 1998 nog maar zes locs in dienst waren en aan het eind van die maand nog maar drie. Op 20 maart werd te Geldermalsen een afscheid georganiseerd waarbij het toch nog gelukt is zeven exemplaren bij elkaar te brengen: 1201, 1210, 1211, 1214, 1221, 1224 en 1225. Per 30 maart 1998 had de serie in zijn geheel aan de kant gemoeten, maar een hardnekkig tekort aan elektrische locomotieven zorgde ervoor dat er zelfs enkele machines op de baan terugkeerden. Uiteindelijk was het op 11 juni 1998 de 1203 die de laatste reguliere dienst reed die werd getrokken door een 1200 van NS.

Vier locomotieven zouden behouden blijven voor museale doeleinden, de overige locs werden in hoog tempo afgevoerd voor sloop; de 1214 en 1218 zouden al op 21 juli als laatste 1200’en afgevoerd worden naar de sloper.


Kleurstellingen bij NS

Omdat al snel bleek dat de fraaie turqoise kleur erg gevoelig was voor vervuiling, zijn de laatste elf locomotieven, 1215 - 1225, in het bruin afgeleverd. In 2011 is de 1218 weer in deze toestand teruggebracht, terwijl de 1201 thans de turqoise uitvoering vertegenwoordigt.

 
De 1202 met de excursietrein van 60 Jaar 1200, Haarlem, 12 november 2011

Vanaf 1954 werden alle elektrische locomotieven gaandeweg bij revisie of schadeherstel Berlijns blauw geschilderd, de kleur die de 1202 van het Spoorwegmuseum heeft. In 1969 zijn alle 1200'en voorzien van witte NS-vignetten, in het kader van de nieuwe huisstijl die samen met Spoorslag '70 werd ingevoerd. In februari 1971 kwam de 1208 als eerste in het geel/grijs de baan op. Omdat de kleurstelling alleen bij een grote revisie werd aangepast, duurde het tot 1983 voordat de 1211 als laatste de blauwe kleur kwijtraakte toen de locomotief gerenoveerd werd.

Bedrijf na 1998

ACTS

De sloop van zes 1200'en werd in september 1998 op het nippertje voorkomen door een beroep op de Mededingingswet door Laurens Pit en Harry Schneider. Locomotieven 1208, 1215, 1214, 1218, 1224 en 1225 kwamen ter beschikking van goederenvervoerder ACTS, voor het rijden van containertreinen. De 1208 en 1224 werden aangewezen als onderdelenleverancier en de overige vier werden in Tilburg weer geschikt gemaakt voor de dienst. De 1214 moest daarvoor eerst een kleine revisie ondergaan. Ze werden ACTS-paarsblauw geschilderd en in het voorjaar van 1999 kwamen de eerste drie locs in dienst onder de ACTS-nummers 1251 - 1253. De 1214 volgde een jaar later als 1254. Ondertussen was er behoefte ontstaan aan een extra locomotief. Omdat de pluklocomotieven 1208 en 1224 niet geschikt waren voor indienststelling, werd de 1221 van de Stichting Klassieke Locomotieven ingezet, met de 1208 als 'onderpand'. De 1221 kwam in mei 2000 de gelederen versterken als 1255. De 1255 kwam als enige 1250 in dienst in het zwart met een oranje band, de kleuren van Vos Logistics. De 1253 werd wel voorzien van logo's van dit bedrijf, maar behield de blauwe kleurstelling. In 2002 is de 1252 gereviseerd in Tsjechië, later gevolgd door de 1255. Hierbij werden onder andere onderdelen uit de 1208 gebruikt. De 1255 werd in Tsjechië weer in de ACTS-kleuren geschilderd.

Vanwege het hoge gewicht van de containertreinen werden de 1200'en geholpen door diesellocomotieven serie 6700 (ex-NMBS reeks 62), die toch al in de treinen meereden ten behoeve van het voor- en natransport. De 1200'en werden voorzien van kastjes in de cabine waarmee de hulploc via een kabelverbinding bediend kon worden. Met deze combinatie konden treinen tot 2200 ton gereden worden, tegen 1800 ton zonder 6700.

Op 7 april 2003 liep de 1253 (ex-1218) een beschadiging op aan een steunlager en werd aan de kant gezet. De loc is kortstondig verkocht geweest aan Herik Rail maar heeft daar nooit dienst gedaan. ACTS heeft de loc daarna teruggenomen en in eigendom gegeven aan de Werkgroep 1501. Ze werd gestald in de loods in Blerick, om daar tot november 2011 niet meer vandaan te komen.

In 2007 ging de 1252 met verbrande weerstanden buiten dienst gesteld, de 1254 en 1255 in februari 2009 met defecte tractiemotoren en de 1251 ging in oktober van dat jaar aan de kant met een defect steunlager. Daarmee was het ACTS-tijdperk voor de 1200'en na tien jaar ten einde gekomen. Ondertussen waren in 2005 de pluklocomotieven 1208 en 1224 gesloopt, waarna de 1255 administratief definitief werd ondergebracht bij de Stichting KLOK, de zustervereniging van de Werkgroep 1501.


EETC

 
1253: Tijdens de metamorfose tot 1218 voor 60 Jaar 1200, Blerick, 8 oktober 2011

Na aanvankelijk in onder andere Den Bosch te zijn gestald, verhuisden de 1251, 1252, 1254 en 1255 begin 2010 naar de Amsterdamse Watergraafsmeer, om daar hersteld te worden van defecten ten behoeve van een nieuwe huurder: Euro-Express Treincharter (EETC). Met ingang van 1 juli 2010 rijden de locomotieven voor EETC, die ze aanvankelijk inzet voor het overbrengen van rijtuigen en autotransportwagens ten behoeve van vakantietreinen. Met ingang van 2014 worden ook de vakantietreinen zelf door EETC gereden.

Aanvankelijk deden de locs dienst voor EETC in de ACTS-kleuren, maar in het voorjaar van 2011 werd de 1254 bij de VSM in Beekbergen in de roodbruine EETC-huisstijl gestoken. In november volgde de 1251 in vrijwel dezelfde beschildering.

 
1253: Tijdens de metamorfose tot 1218 voor 60 Jaar 1200, Blerick, 5 november 2011

60 jaar 1200

Op 12 november werd het zestigjarige bestaan van de serie 1200, dat samenviel met het tachtigjarige jubileum van de NVBS, gevierd met een door de NVBS georganiseerde samenkomst van alle acht nog aanwezige 1200'en in Amersfoort. Deze feestelijke gebeurtenis werd omlijst met een rit met museumrijtuigen door het land, getrokken door de rijvaardige exemplaren. Ter gelegenheid van deze dag is de 1218 in twee maanden tijd en in het diepste geheim teruggebracht in de bruine toestand waarin de loc in 1952 in dienst is gekomen. Het was de bedoeling dat de 1255 weer de zwarte uitvoering van Vos Logistics zou krijgen, maar dit is door tijdgebrek niet gelukt. Aanwezig waren: 1201 in turqoise, 1202 in Berlijns blauw, 1211 in geel/grijs, 1218 in bruin, 1251 en 1254 in EETC-roodbruin en 1252 en 1255 in ACTS-blauw. Na de feestelijkheden in Amerfoort werd in Apeldoorn nog een line-up georganiseerd met de vier museumlocomotieven en de 1254.

 

INFO: wiki.3rail.nl