(bron WIKIPEDIA)

De Sik is een voornamelijk door Werkspoor gebouwde locomotor die bij de Nederlandse Spoorwegen veel werd gebruikt voor het rangeren met goederenwagens. Ook op verschillende particuliere bedrijfsterreinen waren deze locomotoren in gebruik.

Er zijn, na een aantal prototypes, twee series geproduceerd: de Oersik genoemde serie 103-152 (1930-1932) en de sterkere, dieselelektrische serie 201-369 (1934-1940, 1949-1951).

Omdat stoomlocomotieven alleen aanwezig waren op grotere stations, was het lastig om op kleinere stations rangeerbewegingen uit te voeren. Er was hier echter wel behoefte aan, maar het was economisch onverantwoord dit te doen. Hiervoor was een locomotor beter geschikt. Ook was deze gemakkelijker te bedienen, waarop dan een goedkopere rangeerder kon worden ingezet. Verder werden de locomotoren ook gebruikt om goederenwagens op kleinere stations op te halen of af te geven. Deze werden dan op een groter station in de doorgaande goederentreinen opgenomen.

Rangeren ging met deze locomotoren wegens hun geringe trek- en vooral remkracht niet snel, het trekken of duwen van meer dan zes beladen goederenwagons werd al snel problematisch. Vroeger werd de Sik ook wel gebruikt als hulpje van een grote rangeerloc op een groter rangeerterrein. De taak van de Sik was om de groepen gerangeerde wagons samen te drukken, zodat ze gekoppeld konden worden. De locomotor had geen luchtdrukremmen, en aanvankelijk hadden ze een automatische koppeling. Ook was het mogelijk om de locomotor vanaf de treeplanken aan de zijkanten te bedienen. De locomotoren werden aangedreven met een dieselelektrische krachtbron. De locomotoren gingen buiten dienst met een driecilinder 'Stork Ricardo' viertaktmotor. Deze dreef een generator aan, die de elektromotoren voedde. Heel bijzonder aan deze locomotor was dat er geen speciaal koelmiddel (water met antivries) werd gebruikt maar dat de dieselbrandstof zelf als koelmiddel diende. Dit leverde een automatische "laag koelmiddel niveau - beveiliging" op (geen koelmiddel = geen brandstof = motor stopt) en werd dus verder niet bewaakt.

Omdat er geen compressor nodig was, moest ook een oplossing worden gevonden voor de fluit/toeter. Daar elektrische toeters niet zo luid kunnen zijn moest er luchtdruk gebruikt worden. Omdat alleen de uitlaat genoeg luchtdruk opbrengt, werd er gekozen om een hulpstuk op de uitlaat te plaatsen. Door aan het koord te trekken, werd het hulpstuk in de uitlaatluchtstroom geplaatst en klonk een trillende fluit al naar gelang het toerental van de motor.

De remmen zijn vrij makkelijk te bedienen. De locomotor heeft een handrem, een valrem en een voetrem. De val- en voetrem zijn vanaf buiten makkelijk te bedienen. De voetrem is een traphendel die hierdoor de remblokken tegen de wielen aandrukt. De handrem doet hetzelfde, alleen met een draaihendel vanuit de cabine. De valrem is een verticaal draaiend hendel dat door zijn gewicht aan de hendel helpt remkracht uit te oefenen en de locomotor stil te houden, indien de bediener afstapt. Ook is hiermee de remkracht preciezer te bepalen. In alle gevallen wordt het remwerk volledig mechanisch aangedreven.

De valrem moest natuurlijk worden vastgezet indien de locomotor in een trein als wagen werd getransporteerd ('in opzending'). Dit gebeurde door middel van een schroef en moer. Indien hij niet was vastgezet kon de valrem naar voren vallen als de trein remde, en zo een ongewilde remwerking uitoefenen. Zodra de locomotor dan uit de trein werd gehaald, moest de schroef en moer verwijderd worden, anders werkt de valrem niet. Veel locomotoren zijn slachtoffer van oploopbotsingen geworden, doordat de rangeerder vergeten had de schroef en moer te verwijderen en er dus onvoldoende remvermogen beschikbaar was.

Als werkpaard was de locomotor zeer gewaardeerd in de lichte rangeerdienst op kleinere stations of emplacementen, een taak die zij goed aankon.

De locomotor werd alleen bediend door rangeerder of personeel van "Weg en Werken", maar bijna nooit door machinisten.

Oorspronkelijk had het  locje een blauw zwaailicht. Later is dit gewijzigd in rood, omdat blauw te verwarrend was met voertuigen van hulpdiensten.